Advies en stalenonderzoek

Als lid van het Waarnemings- & Waarschuwingssysteem kan je gratis advies vragen over gevonden schadebeelden en parasieten. Het Waarschuwingssysteem raadt je aan om, voor je een advies vraagt, eerst zelf de parasiet of het schadebeeld te proberen herkennen aan de hand van de ‘PCS ziekten en plagen’ app of de Informatiemap W&W. Lukt dit niet met deze tools? Dan kan je als lid het probleem steeds voorleggen aan de dienst.

1. Hoe vraag je advies en een stalenonderzoek aan bij het Waarschuwingssysteem?
Indien je advies of een stalenonderzoek wenst als je een parasiet of schadebeeld zelf niet herkent, vragen we je om de richtlijnen voor het aanleveren van foto’s en stalen te volgen. Om de adviesverlening vlot te laten verlopen, vul je per advies of staalaanvraag het invulformulier 'advies & stalenonderzoek voor ziekten en plagen' in en bezorg je ons dit samen met de nodige foto's en/of stalen per mail, per postpakket of op het PCS. Het secretariaat van het PCS is open tussen 8u en 16u30. Na ontvangst van het invulformulier, foto's en/of stalen wordt het probleem door een onderzoeker van het Waarschuwingssysteem geanalyseerd. Binnen de week geven we een antwoord op je vraag.

> Download hier het invulformulier 'advies & stalenonderzoek voor ziekten en plagen'.
> Klik hier voor onze contactgegevens.

Opgelet:
voor niet-dierlijke aantastingen en bemestingsproblemen verwijzen we door naar een gespecialiseerd extern labo. Omdat dit een externe kost met zich meebrengt, zal altijd vr de doorverwijzing je toestemming gevraagd worden.


2. Hoe bezorg je het Waarschuwingssysteem foto’s voor de determinatie van schadebeelden en parasieten?
Foto’s mail je samen met het invulformulier naar waarschuwingen@pcsierteelt.be. Grote foto's kan je online verzenden via www.wetransfer.com. Voor een correcte analyse is het belangrijk ons voldoende fotomateriaal te geven, daarom ontvangen we graag minstens vier foto’s waarvan:
  • n met de omgeving van de plant in de kwekerij, tuin of openbare plaats met andere beplanting, verharding …
  • n van een aangetaste plant in zijn geheel.
  • een tweetal met detail van de aantasting op een twijg of blad waarbij op n foto de overgang duidelijk te zien is tussen aangetast en gezond weefsel.
  • indien mogelijk een foto van de parasiet.



3. Hoe bezorg je het Waarschuwingssysteem stalen voor de determinatie van schadebeelden en parasieten?

3.1. Staalname plantmateriaal
  • Neem voldoende plantmateriaal, je hebt zelden te veel. Lever de volledige plant met zowel onder- als bovengrondse delen aan. Bij containerteelten geef je meerdere planten mee. Bij te grote planten knip je twijgen zo dicht mogelijk tegen de hoofdstam af.
  • Geef zowel gezonde als aangetaste plantendelen mee, met een overgang tussen aangetast en gezond weefsel.
  • Te sterk aangetaste of reeds afgestorven planten kan het Waarschuwingssysteem niet beoordelen, omdat ze dan reeds veel secundaire zwakteparasieten bevatten.

3.2. Staalname parasiet
  • Vang kleine parasieten zoals mijten in een plastiek zakje. Steek grotere parasieten zoals rupsen, kevers, motten … in een afgesloten pot met luchtgaatjes en een stuk van het gewas als voedsel.

3.3. Staalname grond
  • Om bodemparasieten op te sporen of bemestings- en grondgebonden problemen uit te sluiten, raden we aan een grondstaal van de plaats met plantenschade mee te geven. Indien een probleem zich pleksgewijs voordoet, neem je een tweede staal op een plaats waar dezelfde soort planten wel goed groeien.
  • Bemonstering gebeurt best met een grondboor tot 25 cm diepte, bij een gazon volstaat een diepte van 6 cm. Een spade kan ook gebruikt worden, maar hou je bemonsteringsdiepte goed in het oog. Neem in vollegrond een 10-tal deelstalen op verschillende plaatsen in de zone van de wortels. Het deelstaal moet regelmatig over de oppervlakte worden genomen, hiervoor loopt u best in een kruispatroon over het perceel of de tuin.
  • Voor een grondstaal van containerplanten bezorg je ons de volledige pot. Indien dit onmogelijk is, neem je een deelstaal van een aantal planten met twee spie’s vanuit het midden van de pot. De bovenste 2 cm voeg je niet toe aan het bodemstaal. Ook hier is het interessant een extra staal met grond van gezonde planten mee te geven.
  • Belangrijk is om achteraf deelstalen te mengen in een propere emmer en te verpakken in een plastiek zak (minimum 250 g).
  • Bij meerdere stalen schrijf je op de verpakking de plaatsaanduiding en goede/slechte groei.

3.4. Verpakken, bewaren en verzenden van stalen
  • Voorkom uitdroging van plant- en grondstalen, bezorg ons daarom zo vers mogelijke stalen:
    • Steek het staal onmiddellijk in een plastiek zak en voeg een prop licht vochtig gemaakt keukenpapier toe. Sluit de zak goed af door hem dicht te knopen.
    • Bewaar plant- en grondstalen steeds koel (4C). Zet stalen zeker niet in de zon of in een warme auto.
    • Wacht niet te lang om het genomen staal binnen te brengen. Per post verzend je stalen best niet vlak voor het weekend maar bij voorkeur begin de week, bewaar dit ondertussen in de koelkast.
  • Steek bij de verzending de dierlijke parasieten in de afgesloten plastiek zakjes of potjes steeds in een postpakket.
  • Nummer en/of benoem de stalen steeds en verpak ze elk afzonderlijk. Verwijs eveneens naar de afzonderlijke stalen op het invulformulier, dat je steeds toevoegt.
  • Verzend het geheel van stalen samen met het invulformulier altijd met een postpakket of breng dit binnen.