Waarschuwingssysteem

DOEL
Waarschuwingen zijn een belangrijke stap in de richting van geÔntegreerde bestrijding. Een totale uitsluiting van gewasbeschermingsmiddelen in de boomkwekerij en openbare groenvoorziening is wenselijk maar niet haalbaar. Een verbeterd en verminderd gebruik ervan door het opvolgen van het waarschuwingssysteem is wel mogelijk! Nog geen lid? Klik hier voor meer info.

Het waarschuwingssysteem berust op het eenvoudig principe dat een parasiet het best bestreden wordt als hij gevoelig is en nog geen schade heeft aangericht. Zo heeft elke parasiet een moment in zijn cyclus, meestal bij ontluiking, waar hij gevoeliger is aan bestrijdingsmiddelen. Op dit ogenblik wordt voor de verschillende parasieten een waarschuwingsbericht verstuurd. Kalendermatig spuiten behoort met dit systeem definitief tot het verleden, gericht en op tijd ingrijpen - met milieuvriendelijkere en efficiŽntere middelen - is de boodschap! Bij laattijdig ingrijpen daarentegen, wanneer de schade reeds zichtbaar is, zijn er meerdere behandelingen nodig om de plaag onder controle te krijgen. Door de waarschuwingsberichten consequent op te volgen, kan het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gevoelig teruggedrongen worden. Via het waarschuwingssysteem werk je dus milieuvriendelijker en kostenbesparend door het uitsparen van gewasbeschermingsmiddelen en tijd (arbeidskost).


HISTORIEK
  • Nog voor het Waarschuwingssysteem in zijn huidige vorm van start ging, was ir. Frans Goossens (Vlaamse Overheid - Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling) de bezielende kracht achter dit systeem. Het opstellen van de waarschuwingsberichten gebeurde/gebeurt steeds in nauw overleg met ir. Goossens. Verder is er ook al een jarenlange samenwerking met ir. Hans Casteels (ILVO - Departement voor Gewasbescherming).
  • Het Waarnemings- en Waarschuwingssysteem ging in 1996 van start in de Proeftuin voor Boomkwekerij als een 5-jarig EG-project (verordening 2078/92). Bij de aanvang waren er 5 parasieten in het systeem opgenomen waarvoor waarschuwingsberichten verstuurd werden. BelgiŽ speelde op dit vlak een voortrekkersrol en was de eerste in West-Europa die deze dienst kon aanbieden.
  • In 2001 viel deze Europese steun weg en moest er overgeschakeld worden naar een betalend lidmaatschap. Vanaf dit jaar worden er jaarlijks geÔllustreerde informatiefiches uitgebracht en ontvangt elk lid de ‘informatiemap waarschuwingen’.
  • Vanaf 2004 werd er een samenwerking aangegaan met het Proefcentrum voor Fruitteelt in Gorsem (pcfruit). De leden krijgen dus ook integraal de waarschuwingsberichten van Gorsem die van belang zijn bij de teelt van fruitbomen.
  • In juli 2004 kon een waar promotieproject voor de waarschuwingen van start gaan. Dit TIS-project wordt gedurende 4 jaar gefinancierd door het IWT-Vlaanderen.
  • In de loop van de jaren nam het aantal ziekten en plagen, opgenomen in het systeem, gestaag toe en in 2008 worden er al voor meer dan 50 ziekten en plagen waarschuwingsberichten naar de leden verstuurd.


WERKWIJZE
Het waarschuwingssysteem bestaat uit 3 grote pijlers nl. waarnemen, waarschuwen en voorlichten.

De waarnemingen worden uitgevoerd in 4 verschillende, belangrijke boomkwekerijregio’s in Vlaanderen (zie kaartje). In Lesdain werden er aanvankelijk waarnemingen uitgevoerd in het kader van het Europese project, maar momenteel beperken de waarnemingsregio’s zich tot Vlaanderen.

1. Wetteren
2. Meetjesland
3. Westhoek
4. Noord-BelgiŽ
5. Lesdain
De waarnemingen gebeuren ter plaatse met de loep en er worden stalen bemonsterd die in het labo op het PCS verder worden onderzocht. Deze stalen worden onder de microscoop of in de Berlese trechters (zie foto) verder gedetermineerd op de aanwezigheid van parasieten. Het plantmateriaal wordt in de Berlese trechter op een zeef gelegd en onder invloed van de warmte en het licht van de lamp (bovenaan de trechter) migreren de parasieten uit het plantmateriaal en vallen door de zeef. De parasieten worden onderaan de trechter in een potje met alcohol opgevangen en kunnen direct (of na bewaring) gedetermineerd worden.
Op basis van de waarnemingen (aantastingen) wordt beslist of een waarschuwingsbericht verstuurd moet worden. Dit bericht vermeldt niet alleen het optimale tijdstip van behandeling maar omvat ook advies omtrent de keuze van het juiste gewasbeschermingsmiddel en de optimale bestrijdingsmethode.

Verder wordt er veel aandacht besteed aan voorlichting naar de leden toe. Want om een vijand (parasiet) te bestrijden moet je voldoende kennis in huis hebben. Een goede bestrijding start met een goede diagnose van de schadeverwekker. Verder vormen o.a. de kennis van zijn cyclus, bestrijdingsmogelijkheden en zijn natuurlijke vijanden een belangrijke basis voor een efficiŽnte bestrijding.
Deze voorlichting kan gebeuren onder verschillende vormen:
  • ACTUA - berichten
  • GeÔllustreerde informatiefiches
  • Cursussen
  • Wandel- en andere voordrachten
  • Via de website, telefonisch…


DOELGROEP
Het waarschuwingssysteem richt zich in de eerste plaats tot de boomkwekerij, tuinaanleg en openbare groendiensten. Daarnaast sluiten tuincentra, scholen, ministeries en ook sommige particulieren aan. Vooral tuinaanleggers, tuincentra en groendiensten kunnen via hun lidmaatschap bij het waarschuwingssysteem een extra service naar hun klanten/inwoners leveren. Bij de start van het waarschuwingssysteem kende het aantal leden een geleidelijke groei. In 2000 werd de kaap van 1000 inschrijvingen bereikt. Sinds het betalend lidmaatschap (2001) schommelt het ledenaantal rond 500. Nu is is het ledenaantal al opgeklommen boven 800!

LIJST ZIEKTEN EN PLAGEN
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de ziekten en plagen die zijn opgenomen in het waarschuwingssysteem. Momenteel worden er al voor meer dan 50 ziekten en plagen waarnemingen uitgevoerd en waarschuwingsberichten verstuurd.

Insecten
  • Bladvlo
    • Buxusbladvlo (Psylla buxi)
    • Elaeagnusbladvlo (Cacopsylla fulguralis)
    • Fraxinusbladvlo (Psyllopsis fraxini)
    • Laurierbladvlo (Trioza alacris)
    • Perebladvlo (Psylla pyri)
  • Bladwespen
    • Berkenmineerbladwesp (Fenusa pusilla)
    • Lindebladwesp (Calliroa annulipes)
  • Cicaden
    • Cicaden (algemeen)
    • Rhododendroncicade (Graphocephala fennahi)
  • Galmuggen
    • Buxusgalmug (Monarthropalpus buxi)
    • Eikentopgalmug (Arnoldiala quercus)
    • Galmug op Tilia (Dasineura thomasiana)
    • Gleditsiabladgalmug (Dasineura gleditchiae)
  • Kevers
    • Bladsnuitkevers (Polydrusus en Phyllobius sp.)
    • Haantjes (Chrysomelidae)
    • Ongelijke houtkever (Xyleborus dispar)
    • Pereprachtkever (Agrilus sinuatus)
    • Taxuskever (Otiorhynchus sulcatus)
  • Luizen
    • Beukenbladluis (Phyllaphis fagi)
    • Beukenkankerluis (Lachnus pallipes)
    • Coniferenschildluis (Carulapsis juniperi)
    • Wollige Bloedluis (Eriosoma lanigerum)
    • Dopluizen op Taxus en Ilex (Parthenolecanium pomeranicum)
    • Hulstbladluis (Aphis ilicis)
    • Kommaschildluis op Buxus (Lepidosaphes ulmi)
    • Lindebladluis (Eucallipterus tillae)
    • Pulvinale dopluis op Taxus (Chloropulvinaria floccifera)
    • Sparrennaaldluis (Elatobium abietinum)
    • Takluizen (Cinara)
    • Zwarte kersenluis (Myzus cerasi)
  • Rupsen van vlinders en motten
    • Anjerbladroller (Cacoecimorpha pronubana)
    • Eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea)
    • Fruitmot (Cydia pomonella)
    • Jeneverbesmineermot (Argyresthia trifasciata)
    • Kleine wintervlinder (Operophtera brumata)
    • Paardenkastanjemineermot (Cameraria ohridella)
    • Stippelmotten (Yponomeuta)
    • Vruchtschilvreter (Adoxophyes orana)
  • Wantsen
    • Groene appelwants (Lygus pabulinus)
    • Netwants (Stephanitis)

  • Mijten
    • Begoniamijt (Polyphagotarsonemus latus)
    • Beukenspint (Eotetranychus fagi)
    • Buxusspint (Eurytetranychus buxi)
    • Buxustopmijt (Aceria unguiculata)
    • Bonenspint (Tetranychus urticae)
    • Carpinusspint (Eotetranychus carpinii)
    • Citrusspintmijt (Panonychus citri)
    • Coniferenspint (Oligonychus ununguis)
    • Fruitboomspint (Panonychus ulmi)
    • Galmijten (Eriophyidae)
    • Perenpokmijt (Phytoptus piri)
    • Roestmijt Fraxinus (Aculus epiphyllus)
    • Roestmijt Laurier (Calepitremerus russoi)
    • Spintmijten (Tetranychus urticae)
  • Schimmels
    • Antracnose
    • Cylindrocladium buxicola
    • Monillia
    • Perenroest (Gymnosporangium)
    • Schurft (Venturia)
    • Volutella buxi
    • Witziekte
  • BacteriŽn
    • Bacterievuur